Dertig is de nieuwe vijftig: waar het geldt, hoe het rijdt en wie er al langer aan vastzat

Het gemotoriseerde gehandicaptenvoertuig — in de praktijk meestal een scootmobiel — is het enige voertuig met drie verschillende limieten, afhankelijk van waar het rijdt. Binnen de bebouwde kom geldt:
Daarmee was dertig voor deze categorie al een officiële grens, lang voordat gemeenten hun straten omzetten.
Die 6 op de stoep is geen formaliteit: een scootmobiel die tien rijdt tussen voetgangers, is precies de situatie waar de regel voor is bedacht. De regels per voertuigsoort staan bij de RDW.
Een gehandicaptenvoertuig mag de plek kiezen die het veiligst is: trottoir, fietspad of rijbaan. Die vrijheid is bewust, want de gebruiker weet zelf het beste of een stoep berijdbaar is.
Wisselt u van plek, dan wisselt de limiet mee. Van de rijbaan het fietspad op betekent dus terug naar dertig, en van het fietspad de stoep op betekent 6.
Voor bestuurders van auto's is vooral relevant dat een scootmobiel op de rijbaan daar hoort te zijn. Op een straat die naar dertig is gegaan, is het snelheidsverschil bovendien klein geworden — dat is een van de zichtbare voordelen van de nieuwe limiet.
Voor de meeste scootmobielen is geen rijbewijs nodig. Wel geldt een WA-verzekeringsplicht voor gemotoriseerde gehandicaptenvoertuigen, en dat wordt regelmatig vergeten omdat het voertuig als hulpmiddel wordt gezien en niet als voertuig.
Er is geen wettelijke leeftijdsgrens voor het besturen, maar er zijn wel eisen aan het voertuig zelf: verlichting, reflectie en een maximale breedte.
Bij een aanrijding gelden de gewone verkeersregels. Een gehandicaptenvoertuig is juridisch een voertuig, en de bestuurder is dus aansprakelijk als hij een fout maakt.
Voor automobilisten en fietsers is een scootmobiel lastig in te schatten: hij oogt langzaam en kan op de rijbaan toch vijfenveertig. Ga daarom niet uit van de indruk maar van de plek — op de rijbaan rijdt hij mee met het verkeer, op het fietspad hoort hij op dertig en op de stoep stapvoets.
Geef bij het passeren dezelfde ruimte als aan een fietser, dus ongeveer anderhalve meter. Een scootmobiel is breder dan een fiets en corrigeert trager bij een oneffenheid.
En houd rekening met de draaicirkel bij het inparkeren of bij een stoeprand: veel gebruikers moeten steken om een verlaagde band te bereiken, en dat kost ruimte die er in een smalle straat niet altijd is.
Twee dingen leveren in de stad de meeste wrijving op. Het eerste is de stoep: veel scootmobielen kunnen ruim harder dan 6 en dat voelt onwerkbaar traag, waardoor er sneller wordt gereden dan mag.
Het tweede is de overgang van fietspad naar rijbaan bij een kruising, waar een scootmobiel in een fractie van een seconde in het autoverkeer terechtkomt. Als automobilist is dat de plek waar u er rekening mee houdt.
De dertigkilometerzones maken dat iets veiliger: bij dertig is het snelheidsverschil met een scootmobiel op de rijbaan beperkt tot vijftien à twintig kilometer per uur, in plaats van het dubbele daarvan.
6 km/u, ongeveer wandeltempo. Op het fietspad 30 en op de rijbaan 45.
Voor de meeste modellen niet, maar er geldt wel een WA-verzekeringsplicht.
Ja. De bestuurder mag kiezen wat het veiligst is: trottoir, fietspad of rijbaan, met de bijbehorende snelheid.